Als SEH Erkend Financieel Adviseur ligt jouw focus traditiegetrouw op advies over hypothecaire kredieten. Toch is het belangrijk om de optie mee te nemen een consumptief krediet (CK) te adviseren. Voor een kleine verbouwing of verbetering aan de woning kan een CK een beter passend advies zijn dan een hypothecair krediet (HK). Daarom vatten we in dit artikel enkele ontwikkelingen rondom CK’s samen.
Op 1 mei 2026 is een nieuwe Gedragscode Consumptief Krediet in werking getreden. De Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland (VFN) heeft de nieuwe versie op 1 april 2026 gepubliceerd. De nieuwe versie vervangt de vorige uit 2021. De vernieuwde Gedragscode per 1 mei 2026 is vooral bedoeld om de leesbaarheid van die Gedragscode te verbeteren. Ook is op enkele punten verduidelijkt wat met bestaande normen of verplichtingen bedoeld wordt.
Hiermee verandert het beschermingsniveau voor de klant niet. De Gedragscode wordt niet ‘lichter’ of ‘zwaarder’ dan die al was. De Gedragscode moet je in samenhang bezien met de Leennormen-methodiek. Daarover schreven we al eerder in deze nieuwsbrief. De leennormen van 17 november 2025 blijven gewoon van kracht. De Gedragscode beschrijft de normen en uitgangspunten voor CK’s in brede zin.
Inhoudelijk wijzigen die normen en uitgangspunten ook nauwelijks met de nieuwe Gedragscode CK.
Vooral de opbouw is aangepast, waardoor de verschillende hoofdstukken beter geordend zijn.
Ook zijn allerlei dubbele bepalingen (die al in de leennormen zelf staan) weggehaald en er zijn enkele definities gewijzigd of toegevoegd. De beleidsregels rondom ‘Locked-up-problematiek’ zijn niet meer in de Gedragscode zelf terug te vinden.
Die zijn nu opgenomen in een apart document ‘Beleidsmaatregelen voor beheer’ van VFN. Die beleidsmaatregelen zijn in mei 2019 al ingevoerd en blijven onverkort gelden.
Tot slot is de reikwijdte van de Gedragscode beknopter en duidelijker beschreven.
Daarbij is aangegeven dat deferred debit cards, een geoorloofde debetstand en ‘Buy Now, Pay Later’-dienstverlening (BNPL) expliciet zijn uitgesloten. Over die laatste CK-vorm (BNPL) is bovendien nog meer te melden.
Op 31 maart 2026 deed de Geschillencommissie van het Kifid twee opvallende uitspraken. Beide klachten waren gericht tegen Klarna: een bekende BNPL-aanbieder, waarbij klanten achteraf betalen.
Beide klanten klagen over opeising van betaling door Klarna.
In de eerste zaak (GC 2026-0304) klaagt de klant dat hij gekochte Airpods helemaal niet heeft ontvangen. Daarom weigert hij betaling. In de andere zaak (GC 2026-0305) klaagt een klant erover dat Klarna een betaling eist, terwijl zij de door haar bestelde parajumpers heeft teruggestuurd. De verkopende partij beweert iets heel anders retour ontvangen te hebben.
De lijn in de klacht is dus dat klanten klagen over geëiste betaling voor artikelen die ze niet of niet meer hebben.
Klarna verdedigt zich allereerst door te stellen dat Kifid zich helemaal niet mag uitspreken over de klacht. Ze zouden immers geen ‘financiële dienst’ leveren volgens de Wft-definitie. Kredieten die binnen 3 maanden moeten worden afgelost en waarbij geen of onbetekenende kosten in rekening worden gebracht, zijn immers uitgesloten van die definitie.
Maar Kifid ziet dit anders: de Geschillencommissie oordeelt dat het verdienmodel van Klarna mede gestoeld is op vertragingskosten die bij klanten in rekening worden gebracht. Daardoor vallen die vertragingskosten onder de mee te nemen kosten. En die zijn daarmee niet meer ‘onbetekenend’.
Kortom, Klarna levert wel degelijk een ‘financiële dienst’.
De gevolgen daarvan zijn zeer verstrekkend. Nu is vastgesteld dat Klarna een financiële dienst levert, hadden ze moeten voldoen aan alle eisen rondom consumptieve kredieten. Denk daarbij aan de precontractuele informatieplicht uit het Burgerlijk Wetboek of de kredietwaardigheidstoets uit de Wft. Daaraan heeft Klarna zich niet gehouden. En dat betekent dat de overeenkomsten vernietigd worden. De kredietovereenkomst wordt daarmee geacht nooit te hebben bestaan.
Het had dus voor de klagende klanten niet eens uitgemaakt of ze de artikelen wel of niet ontvangen hadden. Ze hadden geen overeenkomst met Klarna en hoeven dus niets aan die partij te betalen.
Kifid heeft aangegeven alle lopende klachten over BNPL-diensten (en dat zijn er veel) op dezelfde manier te zullen beoordelen. Als BNPL-dienstverleners niet duidelijk kunnen aantonen dat hun verdienmodel alleen gebaseerd is op servicevergoedingen van verkopende partijen, zullen alle overeenkomsten dus vernietigd worden. Dat zet grote druk op het bestaan van deze diensten in Nederland.
Eigenlijk had op 20 november 2025 al Nederlandse wetgeving afgerond moeten zijn, om de tweede richtlijn consumentenkrediet (Consumer Credit Directive II) te implementeren. Dat is niet gelukt. Maar die is wel onderweg: de wetgeving wordt nu klaargestoomd, zodat wel voldaan kan worden aan de eis dat de wet op 20 november 2026 in werking treedt. Op 2 april 2026 is het wetsvoorstel hiertoe ingediend.
Zodra de Nederlandse CCD II-wetgeving ingaat, heeft ook dat grote gevolgen voor BNPL-diensten.
Zo komen in die wetgeving onder meer de volgende regels voor BNPL-dienstverleners:
• Vergunningplicht bij AFM (die ook het toezicht gaat houden)
• Kredietwaardigheidstoetsing
• Ruimere informatieplicht
• Verantwoord reclamebeleid
• Verplichte BKR-registratie
• Maximale kosten voor invordering (naast de max. kredietvergoeding van straks 12%).
• Respijtmaatregelen bij betalingsproblemen
• Doorverwijzingsplicht naar schuldadviesdiensten
• Verbod op BNPL voor minderjarigen
Nederlandse politici willen eigenlijk verder gaan dan dat. Ze willen dus een ‘nationale kop’ op de CCD II-regels. Voorgesteld is om extra regels over BNPL voor webshops, een verbod tot 21 jaar en een verbod op BNPL-gebruik in fysieke winkels.
Maar dat is niet mogelijk op grond van de Europese regels. De CCD sluit extra regels namelijk uit.
Er wordt daarom met verschillende partijen gesproken over vrijwillige zelfregulering. Een partij als Bol.com is hierover al in gesprek met VFN. Mogelijk komt er ook een register waarin consumenten zich zelf kunnen melden als ze uitgesloten willen worden van BNPL-aanbieders.
Jij adviseert of bemiddelt niet in BNPL-diensten. Maar mogelijk heb je wel te maken met klanten die hiervan gebruik maken of hebben gemaakt. En daardoor zelfs in de problemen zijn gekomen. Met een beroep op de Kifid-uitspraken zouden deze overeenkomsten vernietigbaar kunnen zijn. Bij Klarna in ieder geval, maar mogelijk ook bij andere BNPL-dienstverleners. Je zou je klanten kunnen wijzen op die uitspraken, waardoor ze mogelijk hun vertragingskosten niet hoeven te betalen.
Een gekocht product zullen ze uiteindelijk natuurlijk wel moeten betalen, maar dan aan de verkoper en niet meer aan Klarna.
In het algemeen is het goed om de ontwikkelingen rondom de CCD II in de gaten te houden. Ook voor kredieten die niet onder BNPL vallen, waarover jij dus wel adviseert, kunnen regels op detail iets veranderen. Uiteraard informeren we jullie daarover in de Nieuwsbrief, als duidelijk is in welke vorm en wanneer die wetgeving in werking treedt.