In de vorige Nieuwsbrief bespraken we de voortgang van de Wet Werkelijk Rendement box 3, die in 2028 moet ingaan. Kort na het verschijnen van de nieuwsbrief, stemde de Tweede Kamer in met de wet. Ondanks die stemming, gaf de minister van Financiën aan toch nog te willen sleutelen aan de wet (bijvoorbeeld door alsnog een achterwaartse verliesverrekening in te voeren), omdat anders mogelijk geen meerderheid in de Eerste Kamer gevonden wordt.
Tot de WWR box 3 in werking treedt, hebben we te maken met de Overbruggingswet box 3 (en de Tegenbewijsregeling).
Op 20 februari 2026 maakte het Ministerie van Financiën de forfaitaire rendementen voor spaargeld en schulden bekend.
Eerder was al bekendgemaakt dat het forfaitaire rendement op overige bezittingen 5,88% is in 2025.
Samengevat, zijn dit de forfaitaire rendementen over 2025:
| Vermogenscategorie | Forfaitair rendement 2025 |
| Spaargeld | 1,37% |
| Overige bezittingen | 5,88% |
| Schulden (anders dan eigenwoningschulden) | 2,70% |
In de SEH-Adviespocket staan de voorlopige forfaitaire rendementen over het jaar 2026. Die zijn pas over een jaar ook definitief. Behalve die voor overige bezittingen (6,00% in 2026).
Kijk dus altijd goed op welk jaar de percentages slaan. We zetten de forfaitaire rendementen over 2025 in de online versie van de Adviespocket.
Scan de QR-code in de paragraaf over box 3 (pagina 56) en zie daar zowel de voorlopige percentages van 2026 als de zojuist gepubliceerde percentages over 2025.
Voor jouw klanten, die vanaf 1 maart 2026 hun aangifte kunnen doen over 2025, zijn de zojuist gepubliceerde rendementen van belang. Pas nu wordt duidelijk of het voor jouw klant zinvol is een beroep op de tegenbewijsregeling te doen.
Mocht je klant daarover vragen hebben, onthoud dan dat bij een werkelijk rendement dat lager is, dit lang niet altijd leidt tot een lagere belastingaanslag. Op grond van de tegenbewijsregeling geldt immers geen vermogensvrijstelling, terwijl die wel geldt voor de forfaitaire berekening van het belastbare rendement.