Voortgang Wet Werkelijk Rendement box 3 – de wet die niemand echt wil

We zitten op dit moment met de Overbruggingswet box 3. Over die wet is iedereen het eens: die moeten we zo snel mogelijk achter ons laten. Als tussenoplossing is de Wet tegenbewijsregeling box 3 (onder dwang van de Hoge Raad) ingevoerd. Maar ook daarover is eigenlijk niemand tevreden. 
Maar het zou slechts een tussenfase zijn, tot dé oplossing er komt in de vorm van de Wet Werkelijk Rendement box 3 (WWR). 
Hoe dichter het moment nadert waarop de Tweede Kamer de knoop moet doorhakken, des te duidelijker wordt dat eigenlijk ook niemand echt tevreden is over die wet. Maar iets anders lukt niet, dus dan maar doorzetten?
We vatten hier de ontwikkeling rondom die nieuwe wetgeving samen.
 

Kamerbrief wetgevingsoverleg

Op 19 januari 2026 vond wetgevingsoverleg plaats over de WWR. De Tweede Kamer moet dit wetsvoorstel uiterlijk op 15 maart 2026 goedkeuren, wil die wet in 2028 kunnen ingaan. 
Met de overbelaste Belastingdienst (en de verouderde systemen), zijn structurele wijzigingen in het wetsvoorstel nu al niet meer mogelijk. Dat blijkt uit een Kamerbrief van 22 januari 2026.
 

Groeiend ongemak WWR, ook in coalitieakkoord

Uit die brief blijkt een steeds breder ongenoegen met de WWR. Dat heeft vooral te maken met het feit dat niet gerealiseerde vermogensaanwas wordt belast. Eigenlijk zou een meerderheid willen overstappen naar een systeem van zuivere vermogenswinstbelasting: alleen rendement belasten als dat echt gerealiseerd is. Bijvoorbeeld als aandelen verkocht worden, in plaats van het belasten van de jaarlijkse wisseling in de beurskoers.
Ook het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA pleit voor een vermogenswinstbelasting op de lange termijn.

Maar zo’n vermogenswinstbelasting is op dit moment budgettair nog niet haalbaar. Het zou betekenen dat het veel langer duurt voordat de overheid de belastingopbrengsten binnenkrijgt. Dat zou de eerste jaren € 5 miljard aan belastingopbrengsten schelen en dat geld is niet te vinden in de begroting. 
Pas rond 2060 zou die achterstand ingelopen zijn als een vermogenswinstbelasting wordt ingevoerd.

Een enkel Kamerlid betoogde nog dat dit wel zal meevallen: door rendement pas te belasten als het echt gemaakt wordt, hoeven Nederlanders vooralsnog minder belasting te betalen, wat ten goede komt aan de welvaart. De staatssecretaris meent dat de belastinginkomsten ook gebruikt worden voor meer welvaart, dus dat zou niet uitmaken.

Er zijn nog meer moties en amendementen ingediend om het huidige wetsvoorstel WWR aan te passen. Maar de staatssecretaris stelt dat eigenlijk alleen bedragen en percentages nog aangepast kunnen worden. Allerlei andere plannen vallen in de categorie ‘structuurwijzigingen’. En die zijn technisch niet meer haalbaar. 

Het gaat bijvoorbeeld om de volgende plannen:

  • Geen vermogenswinstbelasting bij het schenken of erven van landgoederen die onder de Natuurschoonwet vallen;
  • Een progressief tarief in box 3, waardoor hoger rendement ook hoger belast wordt;
  • Herinvoering van een heffingskorting op groene beleggingen (die per 2027 juist wordt afgeschaft);
  • Verdiscontering van de leegwaarderatio bij verhuurd of verpand onroerend goed;
  • Herinvoering van een keuzerecht om als ‘partieel buitenlands belastingplichtige’ te worden aangemerkt;
  • Introductie van een doorschuiffaciliteit in het huwelijksvermogensrecht, zodat verkrijgingen of vervreemdingen van bijvoorbeeld onroerend goed door een huwelijk of scheiding niet direct belast worden.

Er zijn nog meer plannen genoemd. En vragen overgebleven. Zo is de Tweede Kamer ook kritisch over de vastgoedbijtelling voor niet verhuurd onroerend goed. Dit is toch weer een forfait (3,35% vanaf 2028), waarvan we moeten afwachten of dat standhoudt bij een rechter.
 

Voor jouw praktijk blijft voorspellen lastig

Het wetgevingsoverleg wordt in februari voortgezet, maar de ontwikkelingen daarin kunnen we in deze Nieuwsbrief niet meer meenemen. In de Nieuwsbrief van april vertellen we je of het wetsvoorstel is aangenomen, ondanks het ongemak. 
Tot die tijd is het voor jou als SEH Erkend Financieel Adviseur lastig om goed langetermijnadvies te kunnen geven over vermogensopbouw. Het is aannemelijk dat beide Kamers onder druk toch akkoord gaan met het huidige wetsvoorstel WWR. Meer dan dat kun je jouw klant op dit moment niet uitleggen – dat is vervelend, maar ligt buiten jouw invloedsfeer. Bereid je klant voor op de mogelijke gevolgen van die WWR, als die er komt.