Het is gebruikelijk dat er vlak voor het zomerreces nog snel een paar wetten worden gepubliceerd. Af en toe gebeurt dat zelfs tijdens het zomerreces. Dat leidt er soms toe dat je die over het hoofd ziet als de vakantieperiode erop zit. We vatten hier de belangrijkste gepubliceerde wetgeving samen.
Op 23 juli 2026 verscheen het Wijzigingsbesluit Financiële Markten 2026. Formeel is het geen ‘wet’, maar een besluit. Maar dat besluit heeft wel gevolgen voor jouw adviespraktijk. Het is ook direct (per 24 juli 2026) in werking getreden.
In het besluit worden twee relevante zaken gewijzigd:
1) Waardebepaling woningen
Voor de maximale hoogte van een hypothecair krediet ten opzichte van de woningwaarde kon je, naast een fysieke taxatie, ook de WOZ-waarde gebruiken. Dat kan sinds 24 juli 2026 niet meer. WOZ-waarden zijn volgens het ministerie van Financiën niet betrouwbaar genoeg.
Een alternatief is de hybride taxatie (modelmatige waardebepaling). Die mogelijkheid blijft bestaan, maar wel in uitgeklede vorm. Sinds 24 juli 2026 moet het model getoetst worden op betrouwbaarheid. Als het rekenmodel betrouwbaar genoeg is, mag je nog steeds tot 90% van de modelmatig vastgestelde taxatiewaarde uitgaan. Maar bij een minder betrouwbaar model geldt een maximale LTV van 70% of zelfs 0%.
2) Regels uitbesteding
Financiële dienstverleners moeten preciezer vastleggen welke werkzaamheden ze uitbesteden en aan wie. Een schriftelijke overeenkomst moet vastleggen welke rechten en plichten er zijn tussen de financiële dienstverlener en degene aan wie het werk wordt uitbesteed.
Impact
Dit Wijzigingsbesluit Financiële Markten kan een behoorlijke impact op jouw adviespraktijk hebben. In de volgende editie van de Erkend gaat Jan Martijn Hengeveld uitgebreid in op de gevolgen van de wijzigingen in artikel 115 BGfo. Die editie kun je in de eerste helft van oktober 2026 op de mat verwachten.
Deze wet moet schijnzelfstandigheid voorkomen. Iedere zelfstandige die een uurloon heeft van minder dan € 38, wordt geacht in loondienst te zijn en is dus feitelijk geen zelfstandige meer. Deze wet treedt op 31 december 2026 in werking, zo blijkt uit een publicatie in het Staatsblad van 15 juli 2026.
Deze afwijkende datum is gekozen, omdat Nederland anders dreigt door de EU op de vingers getikt te worden. De overheid had beloofd dat er ‘vóór 1 januari 2027’ maatregelen genomen zouden worden op de arbeidsmarkt. Dus wordt gekozen voor 31 december 2026. Voor meer informatie over de beoordeling van arbeidsrelaties (zelfstandig of loondienst) is op 13 juli 2026 een nieuwe versie van het Toetsingskader Beoordeling arbeidsrelaties gepubliceerd.
Impact
Deze wetswijziging kan invloed hebben op jouw praktijk, al verwachten we niet dat die heel groot zal zijn. Als je financieel advies geeft aan een zzp’er met een relatief lage omzet (een uurtarief onder de € 38), zou het kunnen zijn dat die klant achteraf aangemerkt wordt als werknemer. Daar kun je natuurlijk moeilijk rekening mee houden als je met die klant om tafel zit. Maar mogelijk heeft het gevolgen voor de acceptatiecriteria van geldverstrekkers: die zouden meer zekerheid kunnen eisen over de arbeidsrelatie van jouw klant. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat het zzp-inkomen van iemand met een laag uurtarief en slechts één opdrachtgever niet zonder meer als toetsinkomen wordt meegenomen. Er is ons overigens nog niets bekend over aanpassing van de acceptatiecriteria op dit punt. Maar wees op die mogelijkheid voorbereid.
De titel zegt het al: de wet moet flexwerkers meer zekerheid bieden. Inhoudelijk betekent dit het volgende:
· Uitzendkrachten krijgen arbeidsvoorwaarden die minimaal gelijkwaardig zijn aan die van hun collega’s in loondienst. Dit deel van de wet gaat op 31 december 2026 in (ook dit moest voor 2027).
· Het aantal tijdelijke contracten is gemaximeerd op drie. Dat was al zo, maar daarna volgde een periode van zes maanden waarin geen nieuw tijdelijk contract aangeboden mocht worden. Die periode wordt verlengd naar drie jaar.
· Het nulurencontract wordt afgeschaft. In plaats daarvan komt er een ‘bandbreedtecontract’. Tussen het minimum en het maximum zit maximaal 30%. Bijvoorbeeld dus een contract van tussen de 20 en 26 uur. Hierop zijn overigens alweer allerlei uitzonderingen voor mensen die dit werk als bijbaantje doen naast een andere hoofdactiviteit.
De laatste twee onderdelen gaan pas op 1 januari 2028 in.
Impact
Mogelijk heeft deze wetswijziging invloed op de vaststelling van het toetsinkomen. Voor uitzendkrachten zou het kunnen dat dit invloed heeft op de uitkomst van de Perspectiefverklaring. Voor andere flexwerkers, of uitzendkrachten die niet aan de eisen voor een Perspectiefverklaring voldoen, kan het op termijn invloed hebben op de uitkomst van een Arbeidsmarktscan. En omdat het nulurencontract verdwijnt, zullen hiervoor de regels van een min-maxcontract gaan gelden.
Deze wet, officieel “de herziene Distance Marketing of Financial Services Directive (DMFSD)”, zal op adviseurs relatief weinig invloed hebben. Maar het is toch goed om er kennis van te hebben. Met deze wet wordt Europese wetgeving geïmplementeerd die consumenten beter moet beschermen. Als iemand een financiële dienst op afstand (via internet of een app) afneemt, dan moet diegene die overeenkomst via dezelfde weg en even simpel kunnen ontbinden.
En de klant heeft het recht om te corresponderen met een ‘echt mens’ bij de aanbieder van het financiële product in dezelfde taal. Bovendien worden de regels voor precontractuele informatie voor online financiële diensten strenger.
Er is nog geen publicatie van een officiële inwerkingtredingsdatum verschenen in het Staatsblad. Maar in het wetsvoorstel staat dat het al op 19 juni 2026 in werking treedt, zelfs als die publicatie dan nog niet is gebeurd. De wet zal dus met terugwerkende kracht per 19 juni 2026 in werking treden. De AFM schrijft dan ook heel stellig dat deze wet al in werking is getreden.
In verband hiermee is het handig nog een per 1 juli 2026 ingevoerde wetswijziging in de Energiewet te noemen. Deze wet wijzigt weer de Telecommunicatiewet. Het is een ietwat vreemde route. Maar omdat mensen zoveel last hadden van ongevraagde telefoontjes van energieaanbieders, wilde men die specifieke telefoontjes gaan verbieden. Het ‘bel-me-niet-register’ werkte daarvoor onvoldoende. Dat gold immers niet voor ondernemers, zoals zzp’ers. Maar juridisch kun je niet één specifieke partij verbieden te bellen.
Dus geldt nu een breder verbod: commerciële telefoontjes naar niet-klanten mogen helemaal niet meer. Ook niet als het oud-klanten zijn. Zelfs bestaande klanten mogen alleen commercieel benaderd worden als ze daarvoor expliciet toestemming hebben gegeven. Dit geldt dus ook voor jou als financiële dienstverlener: je mag niet meer zomaar klanten bellen om ze iets te verkopen.
Op 24 juli 2026 publiceerde het ministerie van SZW een regeling waarin tegelijk twee zaken werden vastgesteld:
· Iedere WIA-gerechtigde van wie de uitkering was berekend op basis van een foute vaststelling van zijn dagloon, krijgt hier vanaf september 2026 compensatie voor.
· Vanaf 1 januari 2027 wordt de samenvoegbepaling afgeschaft.
Deze bepaling is door de Hoge Raad afgeschoten. Die hield in dat iemand die recht had op een WIA-uitkering in bepaalde gevallen een te hoge arbeidskorting kreeg. De arbeidskorting wordt in beginsel berekend over het arbeidsinkomen en dus niet over een uitkering. Maar als iemand nog deels in loondienst werkt, kan de werkgever zelf de WIA-uitkering betalen. In die gevallen kreeg die werknemer/uitkeringsgerechtigde arbeidskorting over alles wat de werkgever uitkeerde. Dat is oneerlijk tegenover mensen die de uitkering van het UWV krijgen. Daarom wordt deze samenvoegbepaling afgeschaft. Vanaf 1 januari 2027 krijgt niemand meer arbeidskorting over een WIA-uitkering.
Impact
Het afschaffen van de samenvoegbepaling kan een grote impact hebben op het netto-inkomen van de groep die nu nog geniet van een uitkering waarover de arbeidskorting wordt berekend. Gemiddeld gaan zij er € 3.000 netto per jaar op achteruit. In het meest extreme (theoretische) geval kan dit oplopen tot € 8.700 per jaar. Het gaat in totaal echter om een beperkte groep (vermoedelijk zo’n 11.000 mensen).
Maar het zou wel kunnen leiden tot directe financiële problemen bij die beperkte groep. Mocht iemand in jouw klantenkring onder deze groep vallen, wees er dan op voorbereid dat die je mogelijk belt. Je kunt dan samen met jouw klant een passende oplossing zoeken om de woonlasten betaalbaar te houden.