Er is hommeles binnen het kabinet over de eigenwoningregeling. Het teleurstellende besluit om de eigenwoningregeling tijdens deze kabinetsperiode niet aan te passen, komt als een boemerang terug bij het minderheidskabinet. Een rapport van ambtenaren van het Ministerie van Financiën, de Belastingdienst en De Nederlandsche Bank stelt: niets doen is geen optie, nu 2031 in zicht is. Maar wat moet er dan wel gedaan worden?
De meeste politieke partijen wilden de hypotheekrenteaftrek aanpakken. De manieren waarop zijn echter heel verschillend. Voor veel partijen ligt er een politiek motief onder de wens tot verandering: ze vinden hypotheekrenteaftrek een oneerlijke subsidie voor huizenbezitters, juist nu er al zo’n groot tekort op de begroting is. SEH neemt over die oneerlijkheid geen standpunt in. Maar we willen wel een aanpassing in de fiscale eigenwoningregeling. Dat is geen politiek standpunt, maar heeft te maken met de onuitvoerbaarheid van die regeling. Het is in veel gevallen ondoenlijk om precies na te gaan wat iemand nog in box 1 kan lenen en hoe lang hij dan renteaftrek heeft.
Minister van Financiën Heinen (VVD) bagatelliseerde het probleem nog. Minister Heinen gaf aan dat dit een ‘tijdelijk probleem’ zou zijn, omdat hij meent dat het probleem zich na 2043 vanzelf oplost. Maar het probleem is niet tijdelijk, zo geven ook zijn ambtenaren aan. Als in 2050 iemand een woning koopt en die wil financieren, moet hij alsnog kunnen aantonen dat hij in de periode 2001-2012 géén eigenwoningschuld is aangegaan. Voor iemand die dan 30 jaar oud is, is dat nog te doen. Maar iemand die dan 65 jaar is, zou dus moeten aantonen dat hij tussen zijn 15e en 27ste géén BEWS is aangegaan, omdat dit anders levenslang invloed heeft op de maximale periode van renteaftrek.
In een zoveelste rapport over de eigenwoningregeling luiden de schrijvers opnieuw de noodklok: de eigenwoningregeling is nu al nauwelijks uitvoerbaar en wordt helemaal onmogelijk vanaf 2031. Het is voor niemand aantoonbaar wat zijn eigenwoningverleden precies is. In theorie moet je immers als belastingplichtige aantonen dat je iets niet gehad hebt. Hoe antwoord je op de dwingende vraag “bewijs maar dat je géén recht op hypotheekrenteaftrek had in 2001”? De inschatting van de ambtenaren is dat als je niets doet, belastingplichtigen deels ten onrechte hypotheekrente blijven aftrekken. Dat kost volgens een grove schatting minstens € 100 miljoen extra, maar tast ook de belastingmoraal aan. Iedereen kan gewoon de rente blijven aftrekken, als de fiscus niet om bewijs vraagt dat je daar recht op hebt.
Het rapport geeft op hoofdlijnen drie oplossingsmogelijkheden, met enkele varianten daarop in de vorm van overgangsrecht. In totaal zijn er zeven opties:
1) Vanaf 2031 hypotheekrenteaftrek (HRA) laten vervallen voor alle bestaande eigenwoningschulden (BEWS-sen, van vóór 2013).
Deze oplossing is simpel. En levert de schatkist € 1,4 miljard op. Maar het kan huishoudens in de problemen brengen. Bovendien is dit geen oplossing voor de problematiek op lange termijn (vanaf 2043).
2) Vanaf 2031 alleen nog HRA voor een BEWS die is omgezet naar ten minste annuïtair aflossingsschema. Renteaftrek geldt dan tot en met uiterlijk 2042. Uitzondering: BEWS-sen met een KEW, SEW of BEW.
Ook deze oplossing is relatief simpel en levert € 1,3 miljard op. Maar ook dit is geen oplossing voor de problemen vanaf 2043.
3) Als oplossing 2, maar dan tot het einde van de looptijd (van 30 jaar) in plaats van tot eind 2042.
Levert iets minder op (€ 1,2 miljard). En is ook geen oplossing voor de problemen vanaf 2043.
4) Oprekken HRA tot 2043 voor alle BEWS-sen (ook als die langer dan 30 jaar lopen in die periode).
Dit kost de overheid juist zo’n € 1,4 miljard extra. En het is onredelijk tegenover mensen die een eigenwoningschuld hebben vanaf 2013: ze hebben al minder renteaftrek door de aflossingsplicht en profiteren ook niet van deze overgangsregeling. Bovendien is ook dit weer geen oplossing voor de problemen vanaf 2043.
5) Vanaf 2031 voor alle nieuwe hypotheken opnieuw 30 jaar hypotheekrenteaftrek, als ze voldoen aan de aflossingseis. Dus ook wanneer iemand met een BEWS verhuist zou gelden: opnieuw 30 jaar HRA, maar dan wel alleen als er sprake is van annuïtaire aflossing. Deze regeling geldt dan alleen voor iemand die ooit een BEWS heeft gehad.
Dit gaat de overheid tot 2042 € 1,4 miljard kosten. En is geen oplossing voor het probleem vanaf 2043.
6) Als oplossing 5, maar dan vanaf 2043 in plaats van vanaf 2031. De regeling geldt dan dus ook voor nieuwe eigenwoningschulden vanaf 2013. Het begrip ‘aflossingsstand’ vervalt dan in feite. Dat kost dus ruim meer dan € 1,4 miljard tot 2043 en dit budgettaire gat wordt na 2042 nog groter. Voordeel is wel, dat je daarmee in één keer van problemen rondom de eigenwoningregeling af bent, ook na 2042.
7) Geleidelijke afbouw HRA met 5%-punt per jaar voor de BEWS, vanaf 2031. De HRA is dan nog 40% van de rente in 2042. Daarna gaan alle BEWS-sen definitief naar box 3. Deze oplossing is budgettair het minst ingrijpend. Het kost ‘slechts’ € 700 miljoen. Voor individuele belastingplichtigen kan het een verruiming zijn (omdat ze eigenlijk geen recht meer op HRA hadden tussen 2031-2042) of een verkrapping (omdat ze anders nog 100% HRA gehad hadden tot 2042) en alles daartussenin. Maar ook dit is geen oplossing voor de problemen vanaf 2042.
Wij zijn benieuwd of het de Tweede Kamer lukt om tegenstribbelende partijen ervan te overtuigen om nu een keuze te maken. Als ze woningbezit willen blijven subsidiëren is dat een politieke keuze, maar het zou nu tot elke partij moeten doordringen dat de huidige eigenwoningregeling daarvoor niet het geschikte instrument is.
De eigenwoningregeling is te ingewikkeld. Daarover is vrijwel iedereen het eens. De klant verwacht van jou bovendien dat je hem advies geeft over de fiscale gevolgen over de hele looptijd. En dat is simpelweg onmogelijk. De geopperde oplossingsrichtingen uit het recente rapport gaan bovendien alle kanten op. Dat maakt het mogelijk nog ingewikkelder. SEH houdt uiteraard voor jou in de gaten welke keuze er gemaakt wordt. Als er al een keuze gemaakt wordt. Voor jou is het zaak om nu je uiterste best te doen advies te geven op basis van de huidige wet- en regelgeving.