Voor de adviseur die adviseert over toekomstvoorzieningen van ondernemers, zijn er op 13 maart 2026 twee standpunten van het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) gepubliceerd, die voor de praktijk van belang kunnen zijn. Het gaat om een standpunt over het omzetten van premievrij pensioen in eigen beheer in een lijfrente en om de tegenbewijsregeling voor berekening van de revisierente bij een afgekochte ODV.
Tot 1 april 2017 kon een dga pensioen in eigen beheer (PEB) opbouwen in de eigen bv. De PEB werd vanaf dat moment uitgefaseerd. Dga’s hadden tot en met 2019 de keuze om de PEB af te kopen, premievrij te laten doorlopen, of om te zetten naar een Oudedagsverplichting (ODV).
Een dga die de keus heeft gemaakt om het PEB premievrij door te laten lopen, kan die nu niet meer in een ODV omzetten.
Maar kunnen ze die PEB wel fiscaal geruisloos in een lijfrente omzetten?
Het antwoord daarop is: nee. Dat kan niet.
Als een dga zijn premievrije PEB om zou zetten naar een lijfrente, wordt dit gezien als afkoop. De hele aanspraak is dan belast en daarover is revisierente (20%) verschuldigd. Een ODV zelf kan wel omgezet worden naar een lijfrente. Ook als die ODV al uitkeert (Verzamelbesluit Pensioenen). Maar omdat een PEB sinds 2020 niet meer in een ODV kan worden omgezet, is die omweg niet meer mogelijk.
Als iemand een lijfrente afkoopt, is dat een illegale handeling. Die handeling wordt bestraft door de afkoopwaarde ineens te belasten. Daarnaast is revisierente verschuldigd ex art. 30i AWR, behalve als de waarde onder de afkoopgrens valt van € 5.513 (2026).
De revisierente is standaard 20%. Als een lijfrente maximaal 10 jaar voor de afkoop is afgesloten, kan gebruik gemaakt worden van de tegenbewijsregeling: afhankelijk van de hoogte en het tijdstip van de afgetrokken inleg, kan die revisierente lager worden dan 20%.
Zie hier een rekentool van de Belastingdienst.
De vraag is: geldt die tegenbewijsregeling ook voor afkoop van een ODV?
Het antwoord daarom is: nee, dat kan niet.
Bij een ODV is namelijk geen sprake van ‘afgetrokken premies’.
Maar hier kan wel een ‘truc’ gebruikt worden.
Een ODV kan immers worden omgezet in een lijfrente. En voor die lijfrente geldt vervolgens weer wel de tegenbewijsregeling.
Stel dat iemand een ODV wil afkopen. De waarde daarvan is € 100.000. Dan zou afkoop leiden tot belastingheffing (stel, volledig tegen 49,5%) + 20% revisierente = € 69.500. Er resteert netto dan slechts €30.500.
Je zou die ODV eerst in een lijfrente kunnen omzetten. Dat kan geruisloos. Om die lijfrente vervolgens direct te deblokkeren.
Dan geldt wel de tegenbewijsregeling. En als 'gestorte premies’ geldt het bedrag van de ODV dat is omgezet. Ook tellen de jaren dat de ODV bestond niet mee in de bepaling van ‘maximaal 10 jaar’. De lijfrente wordt dan dus geacht 0 jaar te hebben gelopen. Daarmee komt de revisierente ook uit op nihil. Dat scheelt bij deze ODV van € 100.000 dus € 20.000 aan revisierente.
De vraag of de tegenbewijsregeling gebruikt kan worden voor ODV’s die in een lijfrente zijn omgezet, is door de Kennisgroep namelijk al eerder beantwoord (zie KG:070:2024:4 van 10 juli 2024).
De wet- en regelgeving rondom PEB, ODV en lijfrente is best complex. Juist daarom is het goed jouw toegevoegde waarde te bewijzen, door er meer van af te weten dan de gemiddelde adviseur. Dat kan jouw klant tienduizenden euro’s schelen!