Rechtsgang tegen ‘villataks’ slaagt (nog steeds) niet

De Hoge Raad deed met het Kerstarrest over box 3 méér dan alleen het rechtzetten van box 3-belastingheffing. Het arrest bood belastingplichtigen hoop op bredere correcties van belastingen die zijn gebaseerd op ficties of forfaits.
Eén van die ficties in de belastingwetgeving, is de hoge bijtelling van het eigenwoningforfait voor woningen boven de ‘villagrens’ (van € 1.350.000 in 2026).
Tot de grens is het eigenwoningforfait 0,75%, en voor het meerdere 2,35%.
 

Rechtszaken

Er heerste al onvrede over deze veel hogere bijtelling boven de villagrens. Maar het betrof slechts een relatief kleine groep belastingplichtigen. De villagrens is echter veel minder hard gestegen dan de huizenprijzen. Er zijn nu veel meer woningen die boven die grens komen. Het belang wordt dus groter en de onvrede erover wordt breder gedeeld. Enkelen stappen dan ook naar de rechter, waarbij een beroep gedaan wordt op het gelijkheidsbeginsel (art 14 EVRM) en het eigendomsrecht (art 1 Eerste Protocol EVRM). Dat zijn artikelen die in het box 3-arrest tot succes hebben geleid.

Tot nu toe geldt dat succes echter niet voor klagers over de villataks.
Op 5 januari 2026 bevestigde Rechtbank Den Haag dat de villataks niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel of het eigendomsrecht.

Op 31 oktober 2025 had ook het Gerechtshof Amsterdam deze conclusie getrokken.
Daarin speelde ook het effect van de villataks in combinatie met de afbouw van de Wet Hillen.
De conclusies uit die uitspraak waren, puntsgewijs samengevat:

  • De situatie van iemand met een hoge eigenwoningschuld is niet vergelijkbaar met iemand met een lage eigenwoningschuld. De villataks in combinatie met afbouw van de Wet Hillen is daarom niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel;
  • De afweging van de wetgever om het fictieve beleggingselement (de bijtelling van het eigenwoningforfait) zwaarder mee te laten wegen bij iemand met een hoge woningwaarde, is ook geen overschrijding is van de ruime beoordelingsmarge van die wetgever;
  • Dit geldt ook voor de beoordelingsmarge in de afbouw Wet Hillen, waarmee de stimulans om een eigenwoningschuld af te bouwen afneemt;
  • Het argument dat de villataks alleen in het leven is geroepen om budgettaire gaten te dichten, is inherent aan belastingwetgeving;
  • Tot slot is de fictie (belasting over niet-genoten inkomsten) in dit geval niet in strijd is met het eigendomsrecht.

 

Conclusie

Belastingplichtigen krijgen tot nu toe geen gelijk in hun klacht over de fictie dat iemand met een dure woning daarmee ook een extra ‘beleggingswinst’ maakt, die belast mag worden. De Hoge Raad heeft zich nog niet over de materie gebogen. Als die anders oordeelt, is dat opnieuw een tik op de vingers van de overheid, die blijft werken met het belasten van fictieve inkomsten. Dat moeten we afwachten.