Geregeld komen we in de praktijk hypotheekconstructies tegen, die fiscaal niet juist zijn. Dat wil zeggen: een schuld wordt aangemerkt als eigenwoningschuld door de rente af te trekken, terwijl de klant daar eigenlijk helemaal geen recht op heeft.
Daar kunnen in onze uiterst complexe fiscale regels talloze redenen voor zijn. Eén daarvan is bijvoorbeeld het niet of niet volledig voortzetten van een aflossingsstand.
Er wordt wel eens gesteld dat de Belastingdienst het ook allemaal niet meer weet. En dat ze ook niet of nauwelijks controleren of een schuld wel voldoet aan alle voorwaarden om te kwalificeren als eigenwoningschuld. We komen inderdaad relatief weinig rechtszaken tegen waarin dit speelt. Maar soms wel. Daarvan geven we een recent voorbeeld.
In een op 27 januari 2026 gepubliceerde rechtszaak ging het om het volgende:
Een klant heeft een hypotheek (eigenwoningschuld) van € 153.400 sinds 9 december 2014. De einddatum is 1 januari 2045, waarmee voldaan wordt aan de eisen van de aflossingsplicht. Op 1 november 2021 sluit hij de lening over. De eigenwoningschuld is op dat moment nog € 140.612.
Alleen wordt de einddatum verlengd tot 1 december 2051. Er wordt dus een nieuw aflossingsschema van 30 jaar overeengekomen.
Als de klant zijn belastingaangifte doet over 2021, trekt hij alle betaalde hypotheekrente af en ook de financieringskosten van de omzetting.
De Belastingdienst controleert de aangifte en corrigeert die vanaf 1 november 2021. Het aflossingsschema is immers niet voortgezet. De schuld is daarmee geen eigenwoningschuld meer, maar valt in box 3.
De klant dient bezwaar in tegen de correctie. Hij heeft namelijk de lening vanaf 1 september 2024 aangepast, zodat het aflossingsschema toch weer eindigt op 1 januari 2045. De Belastingdienst wijst het bezwaar af en de klant stapt naar de rechter.
De rechter stelt de Belastingdienst in het gelijk: de lening voldeed vanaf 1 november 2021 niet meer aan de eisen van een eigenwoningschuld.
Hij heeft zijn aflossingsschema niet voortgezet. Ook de financieringskosten van de omzetting zijn daarom niet aftrekbaar: de financieringskosten zijn immers gemaakt voor een box 3-schuld en die zijn alleen aftrekbaar voor zover die kosten gemaakt worden voor een eigenwoningschuld.
Het is een mythe dat de Belastingdienst de hypotheekrenteaftrek niet controleert. Dat gebeurt wel, maar niet in alle gevallen.
We zien met enige regelmaat dat er een misverstand is over die 360-maandeneis. Als iemand in het verleden een bestaande eigenwoningschuld heeft gehad om rekening mee te houden, heeft die namelijk géén invloed op de 360-maandeneis als er een nieuwe eigenwoningschuld wordt afgesloten. De maximale duur van de renteaftrek wordt wel verkort, maar het aflossingsschema mag 360 maanden duren. Dit geldt echter niet voor een eigenwoningverleden van een nieuwe eigenwoningschuld (van na 2012). Een aflossingsstand moet volledig worden voortgezet, wil je de schuld aanmerken als eigenwoningschuld.
Deze uitspraak bevestigt het belang om het eigenwoningverleden altijd goed te controleren (en vast te leggen). Alleen dan kun je een passende hypotheek (in box 1) adviseren.