Kennisgroepstandpunt samenloop schenken vrij-van-recht en OVB

De Kennisgroep Successiewet heeft een vraag beantwoord over de wijze waarop je overdrachtsbelasting (OVB) moet verrekenen in een geval waarbij een woning vrij-van-recht wordt geschonken. Dit is een combinatie van twee al niet bepaald eenvoudige berekeningen. We leggen de inhoud van het standpunt hier uit.

Samenloopregeling schenkbelasting en OVB (zonder vrij-van-recht-schenking)

De samenloopregeling van de schenkbelasting en overdrachtsbelasting zelf is ook al behoorlijk complex. Ook als er géén sprake is van een schenking vrij-van-recht. Betaalde overdrachtsbelasting komt in mindering op de schenkbelasting, voor zover die schenking belast was. 

We lichten die hoofdregel toe aan de hand van een voorbeeld.

Voorbeeld samenloop OVB en schenkbelasting reguliere schenking

Jan (79) schenkt dochter Bea (41 jaar) in 2026 een woning van € 100.000.

Bea gaat hier zelf wonen. Er is 2% overdrachtsbelasting verschuldigd over de verkrijging.

Maar ook schenkbelasting. De schenkingsvrijstelling voor Bea is € 6.908.

De belaste schenking is dus € 100.000 -/- € 6.908 = € 93.092.

De verschuldigde schenkbelasting is in beginsel 10% hiervan, dus € 9.309.

Maar er is over die belaste schenking ook 2% OVB verschuldigd. Dat is 2% x € 93.092 = € 1.862 (rekenkundig afgerond).

Dat bedrag komt in mindering op de door Bea te betalen schenkbelasting. Die wordt dan dus  €9.309 -/- € 1.862 = € 7.447.

Alles bij elkaar betaalt Bea dus € 2.000 aan OVB en € 7.447 aan schenkbelasting.

Reguliere berekening schenkbelasting vrij-van-recht

Bij een schenking vrij-van-recht schenkt de schenker niet alleen het bedrag of goed zelf, maar ook de daarover te betalen schenkbelasting. De ontvanger van de schenking hoeft dan zelf dus geen schenkbelasting te betalen. Die verschuldigde schenkbelasting is dan zelf weer een schenking. Daar moet nog eens de schenkbelasting over berekend worden, die weer een schenking is, enzovoorts. Je moet meerdere stappen doorlopen tot het moment waarop de berekende schenkbelasting ‘nauwelijks nog afwijkt’ van de direct daaraan voorafgaande berekening.

Ook dit lichten we toe aan de hand van een voorbeeld, maar zonder de samenloop met OVB.
Voorbeeld schenkbelasting vrij-van-recht-schenking in geld

Joke (79) schenkt haar zoon Ben (41 jaar) een bedrag van € 100.000 vrij-van-recht.

De schenkingsvrijstelling van Ben is € 6.908. De belaste schenking is initieel dus € 93.092.

Daarover is 10% (€ 9.309) schenkbelasting verschuldigd.

Omdat het om een vrij-van-recht-schenking gaat, wordt deze € 9.309 opgeteld bij de schenking van € 100.000. Over dit extra deel is opnieuw 10% schenkbelasting verschuldigd, dus € 930.

Ook dat bedrag wordt geschonken. Daarover is nog eens € 93 schenkbelasting verschuldigd.

De schenking van € 93 is ook weer belast met € 9.

De schenking van € 9 is onbelast, want 10% daarvan is minder dan € 1.

De totale schenkbelasting die Joke moet betalen, is dan dus:

€ 9.309 +  €930 + € 93 + € 9 = € 10.341.

Ben krijgt dan € 100.000 vrij-van-recht.

Combinatie schenking vrij-van-recht en OVB

Bij samenloop tussen een schenking vrij-van-recht en OVB, moeten beide ingewikkelde berekeningen gecombineerd worden gemaakt.

We lichten dat toe door het eerste rekenvoorbeeld (Jan schenkt aan Bea) te veranderen naar een schenking vrij-van-recht van een woning. Dit voorbeeld is ontleend aan het KG-voorbeeld. Maar in dat voorbeeld wordt gerekend met de vrijstellingen uit 2024. Die hebben we geüpdatet naar die van 2026.

Voorbeeld samenloop OVB en schenkbelasting schenking-vrij-van-recht

Jan (79) schenkt dochter Bea (41 jaar) in 2026 een woning van € 100.000 vrij-van-recht.

In het eerste voorbeeld was al berekend dat de verschuldigde schenkbelasting € 7.447 was.

Het verschil is nu, dat Bea die niet betaalt, omdat Jan vrij-van-recht heeft geschonken. De Kennisgroep noemt dit het ‘vrij-van-recht-voordeel’ in de eerste schakel.

Dat betekent dat ook hierover schenkbelasting is verschuldigd. Maar daarvoor geldt ook weer een gedeeltelijke verrekening met de OVB. Er volgen meerdere schakels om uit te komen op het juiste bedrag.

Schakel 2

De schenking in schakel 2 wordt dan € 107.447 -/- € 6.908 (vrijstelling) = € 100.539.

Verschuldigde schenkbelasting daarover is € 10.054.

Vervolgens wordt de vrijstelling van € 6.908 pro rata toegerekend aan de schenking van de woning en de schenking van het vrij-van-recht-voordeel.

100.000/107.447 x € 6.908 = € 6.429 is de vrijstelling voor de onroerende zaak.
7.447/107.447 x € 6.908 = € 479 is de vrijstelling voor het vrij-van-recht-voordeel.

De te verrekenen OVB wordt dan: 2% x € 100.000 -/- € 6.429 = € 1.871.

De schenkbelasting na schakel 2 is dan € 10.054 -/- € 1.871 = € 8.183.

Schakel 3

Totale belastbare schenking wordt € 100.000 + € 8.183 -/- € 6.908 = € 101.275. 
Schenkbelasting: € 10.127.

Te verrekenen OVB: 2% x (€ 100.000 -/- (100.000/108.183 x € 6.908)) = € 1.872.

Schenkbelasting na schakel 3: € 10.127 -/- € 1.872 = € 8.255.

Schakel 4

Belastbare schenking: € 100.000 + € 8.255 -/- € 6.908 = € 101.347.

Schenkbelasting: € 10.135.

Te verrekenen OVB: 2% x (€ 100.000 -/- (100.000/108.255 x € 6.908)) = € 1.872.

Schenkbelasting na schakel 4: € 10.135 -/- € 1.872 = € 8.263.

Schakel 5

Belastbare schenking: € 101.355, schenkbelasting € 10.135.

Te verrekenen OVB: € 1.872; schenkbelasting na schakel 5: € 10.135 -/- € 1.872 = € 8.263.

De uitkomst in schakel 5 is gelijk aan die van schakel 4. Daarom stopt de keten hier.

Voor jouw praktijk

We hopen voor jouw praktijk dat je deze berekening in een voorkomend geval niet zelf handmatig hoeft te maken. Wellicht is er iemand handig genoeg in Excel om hiervoor een rekenprogramma te maken. Houd er daarbij rekening mee dat als de schenking vrij-van-recht aanmerkelijk hoger is dan €100.000, er mogelijk nog schakels bijkomen! Het is in elk geval van belang je te realiseren dat beide regelingen tezamen zo ingewikkeld zijn dat je je klant niet zomaar een bedrag noemt aan te betalen belastingen.