Hoe ver reikt de zorgplicht omtrent de ORV?

Goed advies over het overlijdensrisico in relatie tot een hypothecair krediet is erg belangrijk. Uiteraard voor de klant, maar ook vanwege jouw aansprakelijkheid als adviseur in het kader van de zorgplicht. Met enige regelmaat moet Kifid zich uitspreken over een klacht over (gebrek aan) advies of bemiddeling in een overlijdensrisicoverzekering (ORV). Op 7 april 2026 was er weer een Kifid-uitspraak in een klacht van de klant die verband hield met een ORV.

De Casus – Uitspraak GC 2026-0327

Een echtpaar sluit eind 2004 een hypothecair krediet af. Aan die lening zit een beleggingsverzekering gekoppeld (verpand). Het is een gemengde verzekering: bij in leven zijn op de einddatum wordt de opgebouwde waarde uitgekeerd. Bij eerder overlijden van meneer of mevrouw volgt een uitkering van € 160.000 of 110% van de opgebouwde waarde als dat hoger is. 
Het echtpaar heeft een adviesrelatie met een tussenpersoon.

Het echtpaar krijgt betalingsproblemen. Het lukt een paar keer de achterstanden in te lopen, maar in 2018 niet meer. De beleggingsverzekering wordt daarom premievrij gemaakt. De problemen zijn daarmee nog niet opgelost en de woning wordt verkocht in 2020. Er is een restschuld van bijna € 82.000. De bank als pandhouder koopt daarop de verzekering af, waarmee een klein deel van de restschuld wordt afgelost. 
De tussenpersoon heeft een kopie ontvangen van de brief van de verzekeraar dat de polis is afgekocht. De tussenpersoon heeft daarop geen actie ondernomen.

In 2023 overlijdt de man. De weduwe vraagt de verzekeraar om de overlijdensrisicodekking van de verzekering uit te laten keren. Maar omdat die polis is beëindigd, is er geen dekking meer. De weduwe verwijt dit de tussenpersoon en dient een klacht in.

Oordeel Kifid

De weduwe stelt dat de tussenpersoon na het beëindigen van de verzekering contact had moeten opnemen en hen toen had moeten adviseren om in elk geval een ORV af te sluiten. Door hen aan hun lot over te laten, zit mevrouw nu met een probleem. Ze vordert € 160.000 van de tussenpersoon.

Kifid wijst de klacht af. 
De tussenpersoon was niet betrokken bij de verkoop van de woning. Ook is hij pas achteraf geïnformeerd over de afkoop van de verzekering. De verzekering kon toen dus niet meer gewijzigd worden. En het is niet zeker of op dat moment een nieuwe ORV afgesloten had kunnen worden. 

Bovendien heeft de verzekering met de afkoop gedaan waarvoor die diende: een deel van de hypotheekschuld aflossen. 
Maar hoort het bij de zorgplicht van de tussenpersoon om na afkoop van de verzekering contact met de klant op te nemen om na te gaan of ze een nieuwe ORV zouden moeten afsluiten? 
Kifid vindt van niet.  

De tussenpersoon had een adviesrelatie met betrekking tot het hypothecaire krediet en de beleggingsverzekering. Die zijn beide zonder zijn medewerking beëindigd. Kifid stelt daarover: 
“Er bestaat onder deze omstandigheden geen proactieve adviesplicht voor de tussenpersoon met betrekking tot het afsluiten van een nieuwe overlijdensrisicoverzekering”.

De adviseur hoeft dus geen schadevergoeding te betalen.

Dunne grens tussen wel/niet actieve zorgplicht

Het is nog altijd lastig te ontdekken waar precies de actieve zorgplicht ophoudt en de eigen verantwoordelijkheid van de klant begint. Maar als die grens overschreden wordt, leidt dat vaak tot een erg hoge schadepost.

In een zaak uit december 2025 (GC 2025-1020), adviseerde de tussenpersoon een ORV aan klanten die via hem in 2019 een hypothecair krediet hadden geregeld. De klant gaf daarop aan inderdaad graag een ORV te willen, maar dan voor een ander verzekerd bedrag dan geadviseerd, namelijk € 290.000 per persoon, annuïtair dalend. 
De adviseur regelde toen wel de hypotheek, maar verzuimde de ORV aan te vragen. De klant had dat niet door en vijf jaar later overleed de man. Deze zorgplichtschending is vrij duidelijk. Kifid nam de adviseur daarnaast kwalijk dat hij in de vijf jaar volgend op het eerste adviesgesprek nooit onderhoud heeft gepleegd bij deze klant: zijn doorlopende zorgplicht was ook onvoldoende op orde. In het Dienstverleningsdocument stond dat hij dit van jaar tot jaar zou doen.

De adviseur moet de klant daarom een schadevergoeding betalen van ruim € 190.000. In dat bedrag is rekening gehouden met de annuïtaire daling van de gewenste ORV en 25% eigen schuld bij de klant, omdat die nooit heeft gemerkt dat de ORV ontbrak.

In een eerdere zaak uit 2023 (GC 2023-0898) ging het specifiek over doorlopende zorgplicht. 
Een ongehuwd stel had via een tussenpersoon een hypothecair krediet afgesloten in 2016. Op basis van hun toenmalige situatie was een ORV niet nodig. Dat had de tussenpersoon dan ook onderbouwd weggeschreven in zijn adviesrapport. Toen de klanten zich in 2020 zelf meldden bij de tussenpersoon voor een oriënterend gesprek over een mogelijke verhuizing, benoemden zij daarin allerlei wijzigingen in hun persoonlijke situatie. Ze waren inmiddels getrouwd en waren bezig met gezinsuitbreiding. Dit oriënterende gesprek heeft verder geen vervolg gekregen, maar de man overleed iets meer dan een jaar later, in 2021. Daarop klaagde de weduwe over het niet adviseren om alsnog een ORV af te sluiten, toen zij de tussenpersoon bezochten in 2020. Hoewel de klant dus nog geen concrete wens had, was het Kifid-oordeel in die zaak toch behoorlijk vernietigend.

Bij de zorgplicht hoort dat de adviseur zijn klant tijdig opmerkzaam maakt op de gevolgen die 
hem bekend geworden feiten voor de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen kunnen hebben. 
Er was helemaal geen verzekering, maar daarover was wel gepraat in 2016. De adviseur had daarom in het oriëntatiegesprek van 2020 al moeten melden dat het wel aangaan van een verzekering verstandig was geweest. De vrouw claimt € 158.000 en krijgt dit ook toegewezen door Kifid.

Vergelijking met recente uitspraak

Als je de laatste uitspraak uit 2023 vergelijkt met de recente uitspraak van 2026, is het lastig te ontdekken wat het verschil daarin precies is. Met de redenering van Kifid uit 2023, had ook de weduwe in 2026 gelijk kunnen krijgen: de adviseur had kennis van een veranderde situatie (afkoop polis), die in zijn portefeuille had gezeten. En hij wist ook van de verkoop van de woning. Had hij dan niet op zijn minst contact moeten opnemen om te vragen of de klant zich realiseerde wat dit voor het overlijdensrisico betekende? Kennelijk niet, is nu het oordeel.

Voor jouw praktijk

Het blijft lastig om een heel duidelijke lijn te ontdekken die je als grens kunt gebruiken tussen wat wel of niet onder jouw zorgplicht valt. Het beste is om het zekere voor het onzekere te nemen: als je weet hebt van een veranderde persoonlijke situatie, neem dan actief contact op met de klant. En leg goed vast wat je in dat gesprek bespreekt, waaronder het overlijdensrisico. 
Niet alleen om jouw zorgplicht ‘af te dekken’: zie het ook als een mooie commerciële kans om de klant een nieuw passend advies te geven. En de relatie met jouw klant te verstevigen door hem te ontzorgen.