Gevolgen Coalitieakkoord op financieel advies

We hebben vorige maand al kort gerefereerd aan het coalitieakkoord van het eind februari beëdigde nieuwe kabinet.
Eind februari 2026 moesten de bewindslieden al veel van de inhoud verdedigen of uitleggen aan een kritische Tweede Kamer. Inmiddels zijn de eerste 316 schriftelijke vragen beantwoord op 24 februari 2026.
Aan de hand van die antwoorden, is duidelijk dat de plannen grote invloed zullen hebben op de adviespraktijk van de SEH Erkend Financieel Adviseur – als ze doorgaan.
Met name op het gebied van inkomensrisico’s zal je praktijk vermoedelijk drastisch aangepast moeten worden.
In dit artikel bespreken we expliciet de impact van die wijziging in inkomensrisico’s. We gaan in een apart artikel in op het kabinetsplan van een doorstroombank of doorstroomhypotheek .
 

Wijzigingen sociale zekerheid

Het kabinet is van plan stevig in te grijpen in de sociale zekerheid.
Het gaat met name om de risico’s werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en lang leven (pensionering).

 

WW

Werknemers die hun werk verliezen, hebben recht op een WW-uitkering. Daarin wijzigen drie zaken:

  • Aanscherping referte-eis 
    Je krijgt pas recht op een WW-uitkering als je van de laatste 52 weken er 42 gewerkt hebt. Nu ligt die grens nog op 26 uit 52 weken. Volgens de antwoorden (zie vraag 290 en 295 uit de vraag- en antwoordlijst) zullen vooral jongeren tot 24 jaar hierdoor minder snel in aanmerking komen voor een WW-uitkering. Dit geldt ook voor iedereen met een flexibel contract.
  • Kortere uitkeringsduur
    De uitkeringsduur wordt verkort tot maximaal 12 maanden (nu nog 24 maanden, met plan van afbouw tot 18 maanden). 
    De duur wordt bovendien vastgesteld op ½ maand per gewerkt jaar. Dus pas als je 24 jaar gewerkt hebt, kom je in aanmerking voor die maximale uitkeringsduur. Nu geldt voor de eerste 10 jaar arbeidsverleden nog 1 maand uitkering per gewerkt jaar.
  • Lagere maximale uitkering
    De maximale uitkering is gebaseerd op het maximum dagloon. Die is nu nog € 304,25 per dag (ruim €79.400 per jaar). Maar die gaat 20% omlaag. Dat betekent dat iedereen met een inkomen boven de € 63.527 straks een lagere WW-uitkering krijgt dan waar hij nu recht op zou hebben. De eerste 2 maanden gaat de WW-uitkering iets omhoog (80% in plaats van 75% van het laatstverdiende loon). Maar ook daarvoor geldt als maximale maatstaf het lagere maximumdagloon.

De verlaging van het maximum dagloon gaat in per 1 januari 2029. De uitkeringsduur wordt niet aangepast voor de mensen die nu al een uitkering hebben. Maar uit de nadere uitleg blijkt dat het maximale uitkeringsbedrag ook voor mensen die al een WW-uitkering hebben, verlaagd wordt! Zij zouden er dan in een keer € 900 per maand op achteruit kunnen gaan (antwoord vraag 103).
 

Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen

Ook in de WIA en andere AO-uitkeringen (WAO, WW, WAZO, WIEG en WBO) verandert er nogal wat.

  • IVA verdwijnt
    Voor volledig arbeidsongeschikten (alleen nieuwe instroom) verdwijnt de IVA. Zij komen dus in de WGA terecht. Die uitkering is 5% lager dan die van de IVA (70% in plaats van 75% van het laatstverdiende loon).
  • Lager maximum
    Ook voor deze uitkeringen geldt de 20% lagere gemaximeerde uitkeringsgrondslag. In antwoord op vraag 17 wordt geschetst dat de maximale uitkering er in de nieuwe situatie tot € 6.900 netto lager wordt op jaarbasis.
  • Kortere Loongerelateerde uitkering
    De duur van de WGA-LGU is gelijk aan die van de WW. En wordt dus ook korter.
  • Premieloon daalt ook met 20% - invloed doorbetalingsplicht bij ziekte
    Voordat iemand in de WIA terecht komt heeft de werkgever 104 weken loondoorbetalingsplicht. Die is gebaseerd op het maximum premieloon en gaat ook 20% omlaag. De verwachting is dat dit in cao’s wordt opgelost.
  • Tegemoetkoming Arbeidsongeschikten verdwijnt
    Iemand met een WIA, WAO, WAZ of Wajong-uitkering krijgt eens per jaar een netto tegemoetkoming (2026: € 219,90 netto). Die vervalt. Dat komt nog boven op de eerdere achteruitgang.   

Uit de vragen 297 tot en met 301 blijkt dat de verwachting is dat van de 1,5 miljoen uitkeringsgerechtigden er 260.000 (zo’n 18%) last zullen krijgen van het lagere maximum dagloon.

 

AOW

Tot slot moet de AOW-leeftijd vanaf 2033 weer één-op-één stijgen met de levensverwachting. In antwoord 71 is te lezen dat dit voor een 20-jarige betekent dat zijn AOW-leeftijd vermoedelijk op 72,5 jaar komt te liggen.
Er tekent zich momenteel een meerderheid af tegen deze strikte verhoging. In de toelichting op de coalitieplannen, eind februari, werd gezinspeeld op een ‘verzachting’ van deze maatregel, bijvoorbeeld voor zware beroepen.
 

Veel meer wijzigingen en plannen

Deze opsomming is verre van compleet. Zo wordt er toch alweer gemorreld aan de (inmiddels aangenomen) Wet Werkelijk Rendement – er komt mogelijk toch een achterwaartse verliesverrekening – en de impact van de ‘vrijheidsbijdrage’ werkt door in de indexering van het eigenwoningforfait, de heffingskortingen, et cetera. Het gaat te ver die allemaal te benoemen, nu we het expliciet over de inkomensrisico’s hebben.
 

Voor jouw praktijk

Zouden de plannen doorgaan, dan moeten jouw scenario’s van de betaalbaarheid bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid enorm op de schop! Mocht een klant de financiële risico’s willen verzekeren, dan zal de premie daarvoor toenemen. Het wordt mogelijk pijnlijk voor mensen die nu al in een uitkeringssituatie zitten (vooral WIA/IVA): als zij er netto zo’n € 7.000 per jaar op achteruit gaan, kunnen ze dit risico immers niet meer afdekken.

Wees voorbereid op deze wijzigingen. Voor nu is het goed om alvast kort de plannen te benoemen in jouw advies. Mocht je klant nu de risico’s willen afdekken naast een hypotheek, bijvoorbeeld via een Woonlastenverzekering, waarschuw dan dat de klant contact moet opnemen als de wetgeving wijzigt. De op basis van de huidige wetgeving geadviseerde verzekeringen, zullen immers niet meer passend zijn in de toekomst.